De Lieuw

De Lieuw
Kolken
Kolken

Kolken Kolken

Kolken (poelen) waren in het verleden belangrijke landschapselementen. Ze deden in de eerste plaats dienst als drinkplaats voor vee. Door de ruilverkaveling en verandering van grondgebruik (akkerbouw ipv schapenhouderij) is het aantal kolken in 50 jaar teruggelopen van ongeveer 1000 tot 250. Dat is jammer want naast agrarische waarde, hebben ze ook een ecologische- en landschappelijke waarde.

Het karakteristieke ecosysteem van de kolk bestaat uit een uitgebreid aantal soorten oever- en waterplanten, slakken, libellen, insecten, kikkers, padden en salamanders. Dat maakt het bovendien aantrekkelijk voor verschillende soorten vogels en zoogdieren.

Leven in de kolk

Een kolk bevat stilstaand oppervlaktewater in een vaak afgesloten laagte. Een kolk wordt gevoed door regenwater. Het kan ook via grondwater, kwel of een sloot. Meestal zijn kolken zo diep, dat ze in de zomer nog water bevatten. Veel voorkomende waterplanten zijn o.a. drijvend Fonteinkruid, Watergentiaan, en Waterviolier. In de oeverzone groeien planten zoals riet, liesgras, kleine lisdodde en waterweegbree

Amfibieën

De meest opvallende bewoners van de kolken zijn natuurlijk de amfibieën: kikkers, padden en salamanders. Voor het leggen van de schaalloze eieren hebben deze dieren water nodig. Het stilstaande water raakt in het voorjaar al gauw opgewarmd, zodat de eitjes zich goed kunnen ontwikkelen. De meest voorkomende amfibieën in de kolken zijn: de gewone pad, de groene kikker, de bruine kikker en de gewone watersalamander.

@ Agrarische natuurvereniging De Lieuw | EN/OF ontwerp & communicatie