De Lieuw

De Lieuw
Verdwenen Haventjes
Verdwenen Haventjes

Verdwenen Haventjes Verdwenen Haventjes

Locatie: Oosterend Afstand: 40,0 km

Texel is onlosmakelijk verbonden met de zee. Eilanders trotseerden eeuwenlang de elementen voor de handel en visserij. Het landschap liet zich ondertussen gewillig leiden door de sterke stroming.

De haventjes, een strategische handelsplaats, ‘verhuisden’ in het kielzog mee. Onze fietsroute voert langs deze verdwenen plekken. Het geeft u een beeld van 750 jaar Texelse visserij.

Honden zijn helaas niet toegestaan op de wandelpaden omdat zij ziekten met zich mee kunnen dragen die het vee ziek kunnen maken.

Oestervisserij

Ergens rond 1700 ontdekten de Texelse en Wieringer vissers oestergronden in de Waddenzee. Zij raapten de oesters met de hand; de kostbare waar ging naar steden, van Amsterdam tot Hamburg. Tijdens de 18e eeuw waren 60 Texelse Kagen (schepen) actief. ‘Vreemde’ Kagen van Schiermonnikoog en Zoutkamp brachten nieuwe technieken mee. Het rapen gebeurde voortaan met een oesterkor (ijzeren raamnet). De oogst ging naar met takken afgezette bedden. Oesters konden daar groter groeien voordat ze werden verkocht. Het oesterseizoen liep van februari tot november. Half september verkochten de vissers hun voorraad, die uit meer dan 100.000 oesters bestond.

Wiervisserij

Vanaf de 18e eeuw werd op wier (Groot zeegras) gevist. In eerste instantie door losgeslagen wier uit zee op de dijk te trekken. Het gedroogde wier werd gebruikt voor de opbouw van dijken. Vissers boorden ook steeds nieuwe markten aan. Matrassen en kussens werden gevuld met zeegras. Het wier werd ook gebruikt als isolatiemateriaal of mest. In hoogtijdagen werkten op Wieringen 400 en op Texel 600 mensen in de wierwinning. Tot in jaren ’30 kwam in de westelijke Waddenzee tot op wel 15.000 hectare Groot zeegras voor. Door afsluiting van de Afsluitdijk (1932) verdween het Groot zeegras uit dit gebied, en daarmee ook de handel..

Nieuw Schild

Bij Oost ontstond in de loop van de 17e eeuw een dorpje aan de dijk. Het kreeg de naam Nieuw Schild, vernoemd naar de schelpenbanken. Bewoners hielden zich vooral bezig met de visserij en de vele (buitenlandse) schepen voor de kust. Loodsen begeleidden ze richting zee; vaklieden zorgden voor scheepsonderhoud. Proviand regelen en overladen van handelswaar waren ook een bron van inkomsten. Met het verdwijnen van de koopvaardijschepen is Nieuw Schild gesneuveld. Enkel de scheepshelling bleef nog in gebruik. Ter hoogte van het vroegere haventje staat de IJzeren Kaap, als baken voor de scheepvaart.

Havensluis

De Lieuw heeft, nabij de Watermolenweg, een havensluis nagebouwd. Hij werd omstreeks 1465 aangelegd, tijdens inpoldering van polder Buitendijk. De zeezijde van de sluis diende als haventje van Den Hoorn. Het stond in verbinding met de vroegere Kagehaven (ligplaats voor Kaagschepen). Handelswaar werd, varend door de kreek bij de sluis, op het land gezet of naar de Kaagschepen vervoerd. De aansluitende kreek vormde een natuurlijke verbinding met de Waddenzee.

Het Clijf

Vissersdorp het Clijf werd al vroeg bewoond vanwege de gunstige ligging. Op een opstuwing van keileem en aan zee, zodat vissers en handelaren hun werk konden doen. Vanaf 1290 raakte het Clijf door verlanding verder van het water. Het zeegat tussen Den Helder en Texel verplaatste verder zuidwaarts. De vissers stichtten iets zuidelijker een nieuw dorp; Den Horn. Aantrekkelijk, want het lag weer aan water. Tussen 1300 en 1350 kon je met een klein bootje van het hoog gelegen het Clijf naar Den Horn. In het jaar 1398 ging het mis. De Friezen hebben Den Horn tijdens de Holland-Friese oorlog verwoest. Bewoners vluchtten noodgedwongen terug naar het Clijf. Vanaf die tijd kreeg het Clijf de naam ‘Den Hoorn’.

Fietsroute

Rond het ‘Torenhuis’ (Jan Ayeweg) was het ooit één en al bedrijvigheid. Er lag een groot dorp: Wambinghe, later omgedoopt tot De Westen. Mensen leefden hier van de 8e tot de 17e eeuw. In 720 stond er al een kapel, gesticht door Willibrord en Bonifatius. Tot 1400 was Wambinghe het belangrijkste kerkdorp van Texel. Je ziet helaas bijna niets terug in het landschap. Wambinghe was ook een vissersdorp. Er liep een diepe inham vanaf de Noordzee landinwaarts richting De Cocksdorp. Voor de visserij bruikbaar als havenplaats aan de Noordzee, met aansluiting op hoger gelegen delen, die doorliepen richting De Waal. Het dicht stuiven van de inham betekende de teloorgang van deze haven. Uiteindelijk werd Wambinghe met stuifzand bedekt en zijn alle inwoners vertrokken.

@ Agrarische natuurvereniging De Lieuw | EN/OF ontwerp & communicatie